Tablet met gereguleerde afgifte 25/50/100/150/200/250 mg

Richtlijn

Pijn bij gevorderde stadia van COPD of hartfalen

Medicatie

tapentadol

Verwerking

Gelet op het risico op obstipatie horen opioïden altijd gecombineerd te worden met een oraal laxans. Macrogol/elektrolyten is het laxans van voorkeur.

Dosering

Bij nociceptieve pijn bij hartfalen of COPD: 2x per dag 50 mg. In tegenstelling tot paracetamol en NSAID’s is er bij opioïden (behalve bij buprenorfine) bij klinisch gebruikelijke doseringen geen ‘ceiling’-effect, dat wil zeggen dat er geen maximale dosis is waarboven geen additioneel analgetisch effect meer kan worden bereikt. Indien de patiënt een opioïd goed verdraagt, kan de dosering steeds worden opgehoogd om het gewenste analgetische effect te bereiken. Bij het grootste deel van de patiënten is dit echter niet noodzakelijk.
*Bij ouderen: 2x per dag 50 mg. Tapentadol is geen eerste keus bij ouderen al heeft het minder gastro-intestinale bijwerkingen.
*In de stervensfase: roteer naar opioid dat transdermaal of parenteraal gegeven kan worden (bijv. fentanyl).
*Bij leverfunctiestoornissen: niet voorschrijven.
*Bij nierfunctiestoornissen: bij een eGFR boven de 29 ml/min: geen aanpassing nodig. Bij een eGFR onder de 29 ml/min: voorzichtig doseren en titreren op geleide van effecten. Zie tabel ‘Adviezen per stadium van chronische nierschade’.

Bijwerkingen

Bij meer dan 10% van de patiënten: duizeligheid, slaperigheid, hoofdpijn, misselijkheid en obstipatie.
Bij 1-10%: verminderde eetlust, angst, depressieve stemming, slaapstoornissen, nervositeit, rusteloosheid, aandachtsstoornissen, tremor, onwillekeurige spiercontracties, blozen, dyspneu, braken, diarree, dyspepsie, droge mond, jeuk, overmatig zweten, huiduitslag, asthenie, vermoeidheid, gevoel dat de lichaamstemperatuur verandert, droge mucosa en oedeem.
Bij minder dan 1%: overgevoeligheidsreacties waaronder angio-oedeem, anafylaxie en anafylactische shock, gewichtsverlies, desoriëntatie, verwardheid, agitatie, abnormale dromen, euforische stemming, perceptiestoornissen, verlaagd bewustzijn, geheugenstoornissen, psychische stoornissen, (pre)syncope, sedatie, ataxie, dysartrie, hypo-esthesie, paresthesie, evenwichtsstoornissen, visusstoornissen, versnelde of vertraagde hartslag, hartkloppingen, bloeddrukdaling, abdominaal ongemak, urticaria, moeite met urineren, pollakisurie, seksuele disfunctie, onthoudingssyndroom, zich abnormaal voelen en prikkelbaarheid.

Interacties

Bij combinatie met serotonerge geneesmiddelen zoals SSRI’s is serotonerge toxiciteit gemeld.
De sedatieve werking van alcohol en andere centraal-depressieve stoffen kan worden versterkt.