Tablet 100/200 mg

Richtlijn

Jeuk

Medicatie

carbamazepine

Dosering

Bij paraneoplastische jeuk, bij hematologische maligniteiten of solide tumoren: 2x per dag 200 mg.

Bijwerkingen

Vooral bij ouderen of bij hogere plasmaconcentraties (8-10 mg/l) kunnen in het begin van de behandeling bijwerkingen op het centraal zenuwstelsel (duizeligheid met nystagmus, wazig zien, dubbelzien, vermoeidheid, hoofdpijn, ataxie, trage en onduidelijke spraak, dystonie, chorea, myoklonieën, tremor en psychose), maagdarmstoornissen (misselijkheid en braken) en allergische aandoeningen frequenter voorkomen. Deze bijwerkingen kunnen bij dosisverlaging of spontaan na 1-2 weken verdwijnen. De bijwerkingen op het centraal zenuwstelsel kunnen veroorzaakt worden door schommelingen in de plasmaconcentratie.
Bij meer dan 10% van de patiënten: misselijkheid, braken, duizeligheid, ataxie, slaperigheid, vermoeidheid, leukopenie, allergische huidreacties, urticaria en stijging van gamma GT als gevolg van enzyminductie.

Bij 1-10%: droge mond, hoofdpijn, dubbelzien, wazig zien, eosinofilie, trombocytopenie, gewichtstoename, oedeem, stijging van AF en hyponatriëmie en afgenomen bloed-osmolaliteit als gevolg van een ADH-achtige werking (met zelden waterintoxicatie met braken, hoofdpijn, verwardheid, neurologische stoornissen en lethargie).
Bij minder dan 1%: diarree, obstipatie, nystagmus, abnormale onwillekeurige bewegingen, zoals tremor, asterixis, dystonie en tics, exfoliatieve dermatitis en stijging van transaminasewaarden.
Zelden anorexie, buikpijn, stomatitis, pancreatitis, glossitis, smaakstoornissen, dyskinesie, spraakstoornis, choreo-athetose, oogbewegingsstoornissen, perifere neuropathie, paresthesie, verlammingsverschijnselen, spierzwakte, spierspasme, spierpijn, gewrichtspijn, maligne antipsychoticasyndroom, foliumzuurgebrek, leukocytose, aplasie van de erytrocyten, reticulocytose, aplastische anemie, megaloblastaire anemie, hemolytische anemie, aritmie, bradycardie, AV-block met syncope, hartgeleidingsstoornissen, hartfalen, hypertensie, hypotensie, verergering van coronaire hartziekten, circulatoire collaps, tromboflebitis, trombo-embolie, fotosensibilisatie, erythema multiforme en nodosum, veranderingen in de huidpigmentatie, purpura, jeuk, acne, zweten, haaruitval, geelzucht, hepatitis, leverfalen, cholestase, hallucinaties, depressie, rusteloosheid, agressie, agitatie, verwardheid en uitlokking van een psychose, aseptische meningitis met myoklonie en perifere eosinofilie, hirsutisme, gynaecomastie, galactorroe, impotentie, lenstroebeling, conjunctivitis, verhoogde oogdruk, gehoorstoornis, zoals oorsuizen, hyperacusis, hypoacusis, interstitiële nefritis, nierfunctiestoornis, urineretentie, frequente urinelozing, abnormale spermatogenese, hypogammaglobulinemie, verhoogd cholesterolgehalte (inclusief HDL) en triglyceridengehalte en abnormale schildklierfunctietests.

Bij langdurig gebruik kunnen optreden verminderde botmineraaldichtheid, osteopenie, osteoporose en botbreuken.

Interacties

Afname carbamazepine: de concentratie daalt door rifampicine.
De instelling op carbamazepine kan tijdelijk worden beinvloed tijdens bepaalde chemotherapeutische behandelingen (cisplatine, cyclofosfamide, cytarabine, daunorubicine, doxorubicine, etoposide, hydroxycarbamide, methotrexaat (high dose), teniposide, tioguanine, vincristine), met als mogelijk gevolg een te lage carbamazepineconcentratie. Andersom kan de concentratie van etoposide, methotrexaat, teniposide en vincristine dalen door carbamazepine. Dit omgekeerde effect op het oncolyticum is echter ondergeschikt aan het effect op carbamazepine.
Toename carbamazepine: de concentratie stijgt door cimetidine (na 5-7 dagen verdwijnt dit effect doorgaans door auto-inductie van carbamazepine), ciprofloxacine, claritromycine, danazol, diltiazem, erytromycine, fluconazol, fluoxetine, fluvoxamine, isoniazide, HIV-proteaseremmers, terbinafine en verapamil.
De concentratie kan stijgen en die van carbamazepine-epoxide kan dalen door stiripentol.
Carbamazepine verlaagt de concentratie van: CYP3A4-substraten, caspofungine, chloorpromazine, VKA’s, dabigatran, digoxine, edoxaban, bepaalde HCV-middelen (sofosbuvir, ledipasvir, velpatasvir, voxilaprevir), bepaalde HIV-middelen (HIV-proteaseremmers (behalve darunavir), maraviroc, cabotegravir, dolutegravir, efavirenz, etravirine, nevirapine, rilpivirine, cobicistat, raltegravir, doravirine), itraconazol, ketoconazol (andersom kan de carbamazepinespiegel toenemen door ketoconazol), lamotrigine, letermovir, mianserine, olanzapine, paliperidon, posaconazol (andersom kan de carbamazepinespiegel toenemen door posaconazol), quetiapine (andersom kan de carbamazepine-epoxidespiegel stijgen door quetiapine), relugolix, bepaalde SSRI’s (citalopram, escitalopram, sertraline), theofylline, thyreomimetica, bepaalde tricyclische antidepressiva (amitriptyline, doxepine, imipramine, nortriptyline) en voriconazol. Bovendien kan de carbamazepineconcentratie dalen door theofylline.
De werking van valproïnezuur kan afnemen. Het effect van valproinezuur op de carbamazepineconcentratie is onvoorspelbaar, deze kan toenemen of afnemen of gelijk blijven.
Overig effect: in combinatie met thiaziden of lisdiuretica kan hyponatriemie optreden.