Richtlijn
Jeuk
Medicatie
buprenorfine
Verwerking
Gelet op het risico op obstipatie horen opioïden altijd gecombineerd te worden met een oraal laxans. Macrogol/elektrolyten is het laxans van voorkeur.
De matrixpleisters mogen geknipt worden volgens de handreiking afbouw opioïden van het IVM.
Dosering
Laatste keuze bij cholestatische jeuk: breng pleister 35 mcg/uur aan.
Bijwerkingen
Bij meer dan 10%: slapeloosheid, hoofdpijn, misselijkheid, overmatig zweten, pijn, asthenie, sedatie, vertigo en ontwenningsverschijnselen.
Bij 1-10%: bronchitis, infecties, griep, faryngitis, rinitis, lymfadenopathie, verminderde eetlust, agitatie, angst, depressie, vijandigheid, nervositeit, paranoia, abnormaal denken, duizeligheid, hypertonie, migraine, paresthesie, slaperigheid, syncope, tremor, traanstoornissen, mydriasis, hartkloppingen, vaatverwijding, orthostatische hypotensie, hypertensie, hoest, dyspneu, geeuwen, rinorroe, buikpijn, obstipatie, diarree, droge mond, dyspepsie, maagdarmklachten, flatulentie, tandaandoeningen, braken, huiduitslag, gewrichtspijn, rugpijn, botpijn, spierspasmen, spierpijn, nekpijn, dysmenorroe, borstpijn, rillingen, malaise, perifeer oedeem, koorts, miose, hypoventilatie en verlenging van het QTc-interval.
Bij minder dan 1%: hallucinaties, ademhalingsdepressie, levernecrose, hepatitis, verwarde toestand, euforie, coma, dubbel zien, wazig zien, tinnitus, tachycardie, bradycardie, cyanose, AV-block, apneu, obstipatie, jeuk en urineretentie.
Interacties
Buprenorfine wordt primair door glucuronidering gemetaboliseerd en in mindere mate door CYP3A4 (ongeveer 30%).
Afname buprenorfine: de concentratie daalt door efavirenz en nevirapine.
Toename buprenorfine: de concentratie stijgt door atazanavir.
Bij toevoeging van een partiële agonist/antagonist, waaronder ook het ontwenningsmiddel nalmefeen, kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. De combinatie moet worden vermeden.
Naloxon en naltrexon zijn antagonisten van opioïden; bij combinatie kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. Toevoeging van naloxon of naltrexon aan een opioïd wordt ontraden, tenzij naloxon of naltrexon bewust wordt toegepast als antidotum bij overdosering van een opioïd. Andersom kan bij toevoeging van een opioïd aan naloxon of naltrexon acute ademnood optreden.