Richtlijn
Pijn bij gevorderde stadia van COPD of hartfalen
Medicatie
buprenorfine
Verwerking
Gelet op het risico op obstipatie horen opioïden altijd gecombineerd te worden met een oraal laxans. Macrogol/elektrolyten is het laxans van voorkeur.
Dosering
Bij nociceptieve doorbraakpijn als het effect van het snelwerkend fentanylpreparaat onvoldoende lang aanhoudt.
Start met 1/6 van de (equivalente) dagdosering van het opioïd. Beoordeel het effect van de behandeling met opioïden na 24 uur. Hoog bij onvoldoende effect de dosering op in stappen van 50%. Let op het plafondeffect bij het verhogen van de dosering (denk aan opioidrotatie wanneer de pijnstilling inadequaat is).
*In de stervensfase: omzetten naar fentanyl sc, iv of oromucosaal.
*Bij nierfunctiestoornissen: Boven een eGFR van 15 ml/min geen aanpassing van de dosering, daaronder 25% dosisreductie. Zie tabel ‘Adviezen per stadium van chronische nierschade’.
Bijwerkingen
Bij meer dan 10%: slapeloosheid, hoofdpijn, misselijkheid, overmatig zweten, pijn, asthenie, sedatie, vertigo en ontwenningsverschijnselen.
Bij 1-10%: bronchitis, infecties, griep, faryngitis, rinitis, lymfadenopathie, verminderde eetlust, agitatie, angst, depressie, vijandigheid, nervositeit, paranoia, abnormaal denken, duizeligheid, hypertonie, migraine, paresthesie, slaperigheid, syncope, tremor, traanstoornissen, mydriasis, hartkloppingen, vaatverwijding, orthostatische hypotensie, hypertensie, hoest, dyspneu, geeuwen, rinorroe, buikpijn, obstipatie, diarree, droge mond, dyspepsie, maagdarmklachten, flatulentie, tandaandoeningen, braken, huiduitslag, gewrichtspijn, rugpijn, botpijn, spierspasmen, spierpijn, nekpijn, dysmenorroe, borstpijn, rillingen, malaise, perifeer oedeem, koorts, miose, hypoventilatie en verlenging van het QTc-interval.
Bij minder dan 1%: hallucinaties, ademhalingsdepressie, levernecrose, hepatitis, verwarde toestand, euforie, coma, dubbel zien, wazig zien, tinnitus, tachycardie, bradycardie, cyanose, AV-block, apneu, obstipatie, jeuk en urineretentie.
Interacties
Buprenorfine wordt primair door glucuronidering gemetaboliseerd en in mindere mate door CYP3A4 (ongeveer 30%).
Afname buprenorfine: de concentratie daalt door efavirenz en nevirapine.
Toename buprenorfine: de concentratie stijgt door atazanavir.
Bij toevoeging van een partiële agonist/antagonist, waaronder ook het ontwenningsmiddel nalmefeen, kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. De combinatie moet worden vermeden.
Naloxon en naltrexon zijn antagonisten van opioïden; bij combinatie kunnen onthoudingsverschijnselen optreden. Toevoeging van naloxon of naltrexon aan een opioïd wordt ontraden, tenzij naloxon of naltrexon bewust wordt toegepast als antidotum bij overdosering van een opioïd. Andersom kan bij toevoeging van een opioïd aan naloxon of naltrexon acute ademnood optreden.