Richtlijn
Pijn bij gevorderde stadia van COPD of hartfalen
Medicatie
methadon
Verwerking
Geschikt voor orale toediening. Kans op cumulatie door lange halfwaardetijd; verlenging QT-interval; groot interactiepotentieel: geen eerste keus. Alleen toepassen door arts met ervaring met methadon. Gelet op het risico op obstipatie horen opioïden altijd gecombineerd te worden met een oraal laxans. Macrogol/elektrolyten is het laxans van voorkeur.
Dosering
Bij nociceptieve pijn: alleen als arts ervaring heeft met methadon gezien de lange en onvoorspelbare halfwaardetijd. In de richtlijn wordt geen doseeradvies gegeven. Het Informatorium Medicamentorum meldt bij chronische matige tot hevige pijn: aanvankelijk 2.5-10 mg elke 8-12 uur, zo nodig verhogen, bij patiënten die worden omgezet van oraal methadon naar parenteraal methadon, orale dosering aanvankelijk halveren.
*Bij nierfunctiestoornissen: bij een eGFR boven de 15 ml/min: geen aanpassing nodig. Bij een eGFR onder de 15 ml/min: doseerinterval minimaal 12 uur. Zie tabel ‘Adviezen per stadium van chronische nierschade’.
Bijwerkingen
Zeer vaak: misselijkheid, obstipatie.
Vaak: duizeligheid, slaperigheid, sedatie, hoofdpijn. Wazig zien, miose. Droge mond.
Soms: euforie, dysforie. Ademhalingsdepressie.
De onthoudingsverschijnselen zijn minder hevig dan die veroorzaakt door diamorfine of morfine, maar duren langer.
Verlenging van het QTc-interval en torsade de pointes zijn gemeld.
Bij dosisverhoging kan hypoglykemie optreden. Geadviseerd wordt de bloedglucosewaarden te controleren bij dosisverhoging.
Subcutane toediening kan weefselirritatie geven.
Interacties
Afname methadon: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren, abacavir, darunavir, lopinavir, metamizol (bij eenmalig gebruik metamizol is dit niet relevant) en ritonavir, met als mogelijk gevolg onthoudingsverschijnselen.
Overig effect: de toxiciteit van zidovudine kan toenemen.
Bij combinatie met atazanavir moet het ECG worden gecontroleerd.
Methadon kan het QTc-interval verlengen, het risico op ernstige hartritmestoornissen is verhoogd bij combinatie met andere middelen waarbij ernstige hartritmestoornissen zoals torsade de pointes zijn gemeld.
Bij gelijktijdig toedienen van methadon met pethidine, MAO-remmers en andere serotonerge middelen als SSRI’s, SNRI’s en TCA’s kan het serotoninesyndroom optreden.
Krachtige CYP3A4-inductoren:
Apalutamide
Carbamazepine
Efavirenz
Enzalutamide
Fenobarbital
Fenytoïne
Hypericum
Lumacaftor
Mitotaan
Nevirapine
Primidon
Rifabutine
Rifampicine
Hoog QT-verlengend potentieel (verlenging QTc meer dan 60 ms):
amiodaron
erytromycine hoger dan 1000 mg per dag
kinidine
sotalol
Middelhoog QT-verlengend potentieel (verlenging QTc 10-60 ms):
azitromycine
citalopram
escitalopram
domperidon hoger dan 30 mg per dag
droperidol
erytromycine 1000 mg per dag of lager
flecaïnide
fluconazol
haloperidol hoger dan 5 mg per dag
levofloxacine
methadon
moxifloxacine
ondansetron intraveneus, grondstof
Laag QT-verlengend potentieel (verlenging QTc minder dan 10 ms):
ciprofloxacine
claritromycine
domperidon 30 mg per dag of lager
haloperidol 5 mg per dag of lager
ondansetron oraal, rectaal
Bewaakte setting
procaïnamide
propofol
sevofluraan
terlipressine
Niet ingedeeld (vooralsnog beschouwd als middelhoog QT-verlengend potentieel):
anagrelide
arseentrioxide
chloorpromazine
chloorprotixeen
chloroquine
disopyramide
donepezil
hydroxychloroquine
ibutilide
ivabradine
ketanserine
levomepromazine
oxaliplatine
papaverine intracoronair
pentamidine parenteraal
pimozide
roxitromycine
sertindol
sulpiride
vandetanib