Drank 24 mg/ml

Richtlijn

Pijn bij gevorderde stadia van COPD of hartfalen

Medicatie

paracetamol

Verwerking

Mag via sonde; niet verdunnen.

Dosering

Bij nociceptieve pijn: bij langdurig gebruik (meer dan 4 weken) voor een dosering van maximaal 3dd 1000 mg.
*Bij ouderen: verlaag de dosering naar 3 tot 4x per dag 500 mg als er sprake is vaneen leeftijd van 65 jaar of ouder in combinatie met andere risicofactor, zoals: leverziekten; alcoholisme; gebruik van CYP2E1-inducerende middelen; slechte voedingstoestand of een gewicht minder dan 50 kilogram.
*In de stervensfase: staken.
*Bij leverfunctiestoornissen en leeftijd onder de 65 jaar: dosering blijft maximaal 3 gram per 24 uur.
*Bij nierfunctiestoornissen: dosering blijft maximaal 3 gram per 24 uur. Onder een eGFR van 15 ml/min, hanteer een doseerinterval van minimaal 8 uur.
*Bij starten van sterkwerkende opioïden: staak de onderhoudsdosering paracetamol en zet de dosering op: zo nodig, tot 3x per dag 1000 mg.

Bijwerkingen

Hoeveelheden van eenmalig 6 g paracetamol kunnen reeds leverbeschadiging geven, grotere hoeveelheden veroorzaken irreversibele levernecrose. Ook na chronisch gebruik van 3-4 g paracetamol per dag is leverbeschadiging gerapporteerd.
Risicofactoren voor leverschade zijn bestaande leveraandoeningen, hoge leeftijd, een genetisch bepaalde lage metabolisatiesnelheid, gebruik van CYP2E1-enzyminducerende middelen, lichaamsgewicht lager dan 50 kg, vasten, slechte voedingstoestand, langdurig meer dan 2 alcoholconsumpties per dag, roken en gecombineerd gebruik van meerdere pijnstillers.
Bij gebruik vanaf 3 g paracetamol per week is het risico op cardiovasculaire bijwerkingen (CVA, myocardinfarct) mogelijk verhoogd.
Er zijn aanwijzingen dat chronisch gebruik van meer dan 3 g paracetamol per dag een verhoogd risico geeft op gastro-intestinale bijwerkingen zoals ulcus, perforatie en bloedingen, met name bij ouderen.
Er zijn aanwijzingen dat chronisch gebruik van meer dan 4 g paracetamol per dag bij patiënten met hypertensie, kan zorgen voor een verhoging van de systolische en diastolische bloeddruk.
Bij chronisch paracetamolgebruik in therapeutische dosering kan, met name bij vrouwen, 5-oxoprolinurie ontstaan, met als gevolg een metabole acidose met verhoogde aniongap. Risicofactoren hiervoor zijn ondervoeding, infecties, alcoholmisbruik of lever- of nierinsufficiëntie. Het veronderstelde mechanisme is uitputting van de intracellulaire glutathionvoorraad door inname van paracetamol, waardoor er een toename is van de productie van 5-oxoproline.De behandeling van 5-oxoprolinurie bestaat uit het staken van paracetamol en eventueel toedienen van acetylcysteïne om de glutathionvoorraad in de lever aan te vullen.