Richtlijn
Pijn bij gevorderde stadia van COPD of hartfalen
Medicatie
ibuprofen
Verwerking
Mag fijngemaakt worden. Niet combineren met acetylsalicylzuur. Volgens de WHO-ladder kan een NSAID gegeven worden bij stap 1 (niet-opioïde medicamenteuze behandeling) en als toevoeging aan een behandeling met zwak en sterkwerkende opioïden.
Dosering
Bij nociceptieve pijn bij patiënten met een gevorderd stadium van COPD: tot 4x per dag 600 mg.
*Bij ouderen: 2x per dag 400 mg.
*In de stervensfase: staken.
*Bij leverfunctiestoornissen: niet voorschrijven.
*Bij nierfunctiestoornissen: Geef aan patiënten met een: eGFR minder dan 30 ml/min geen diclofenac, tenzij er sprake is van dialyse met geen of weinig restdiurese, zie ook tabel 2 ‘Adviezen per stadium van chronische nierschade’. Overleg bij dialyse en geen of weinig restdiurese met de nefroloog of een normale dosering gegeven kan worden. Bij een eGFR van 30 tot 59 ml/min alleen na zorgvuldige weging van potentiële risico’s diclofenac in de laagste mogelijke effectieve dosering voorschrijven. Monitor de nierfunctie tijdens de behandeling. Probeer eventuele bijkomende risicofactoren (hypovolemie, nefrotoxische medicatie) zoveel mogelijk te verminderen of te voorkomen.
Bijwerkingen
Zie NSAID’s algemeen. Specifiek voor ibuprofen: Bij 1-10% van de patiënten: hoofdpijn, duizeligheid, diarree, dyspepsie, misselijkheid, braken, flatulentie, obstipatie, buikpijn, gastro-intestinale bloedingen (soms fataal, met name bij ouderen), bloed in de feces, bloedbraken, vermoeidheid en overgevoeligheidsreacties (zoals urticaria, jeuk, purpura en huiduitslag). Bij minder dan 1%: rinitis, leukopenie, trombocytopenie, neutropenie, aplastische anemie, reacties op het ademhalingsstelsel (zoals astma, bronchospasmen en dyspneu), angio-oedeem, natrium- en vochtretentie, angst, slapeloosheid, paresthesie, slaperigheid, reversibele visusstoornissen (wazig zien, veranderingen in kleurperceptie en toxische amblyopie), verminderd gehoor, gastritis, ulcus duodeni, ulcus pepticum, mondzweren, gastro-intestinale perforatie, hepatitis, geelzucht, abnormale leverfunctie, fotosensibilisatie en nefrotoxiciteit (waaronder interstitiële nefritis, nefrotisch syndroom en (acuut) nierfalen).
Interacties
Zie NSAID’s algemeen. Specifiek voor ibuprofen:
Ibuprofen remt de irreversibele trombocytenaggregatieremmende werking van acetylsalicylzuur en carbasalaatcalcium. Ibuprofen moet worden vermeden.
De (nefro)toxiciteit van tenofovir disoproxil kan toenemen. Het risico op bloedingen bij HIV-positieve hemofiliepatiënten wordt verhoogd bij gelijktijdige behandeling met zidovudine.