Capsule 150/300 mg

Richtlijn

Jeuk

Medicatie

rifampicine

Dosering

Eerste keus bij cholestatische jeuk: 1x per dag 300-600 mg.

Bijwerkingen

Bij 1-10% van de patiënten: trombocytopenie (met of zonder purpura), misselijkheid, braken, stijging van bilirubine en leverenzymwaarden (ASAT, ALAT), pyrexie, rillingen, vermoeidheid, slaperigheid, hoofdpijn, licht gevoel in het hoofd, duizeligheid, opgeblazen gevoel, opvliegers, roodheid van de ogen en paradoxale geneesmiddelreacties (herhaling of optreden van nieuwe symptomen van tuberculose bij een patiënt die eerder verbetering had laten zien).
Paradoxale geneesmiddelenreacties vinden meestal plaats in de eerste paar weken of maanden na aanvang van behandeling. Kweken zijn meestal negatief en dergelijke reacties wijzen meestal niet op falen van de behandeling. De oorzaak is nog onduidelijk, maar een bovenmatige immuunreactie wordt vermoed als mogelijke oorzaak. Bij het optreden van paradoxale geneesmiddelreacties wordt aanbevolen om de geplande tuberculose-combinatietherapie voort te zetten en om symptomatisch te behandelen.
Bij minder dan 1%: leukopenie en diarree.

Interacties

Rifampicine induceert vrijwel alle CYP-enzymen (CYP3A4 het sterkst en CYP2D6 het zwakst); het induceert ook P-gp, OCT1 en UGT. Rifampicine remt de transporters OATP1B1 en OATP1B3. Rifampicine verlaagt de concentratie van: CYP3A4-substraten (zie onder) en van alpelisib, amiodaron, amitriptyline, apremilast, ataluren, atovaquon, avatrombopag, bosentan, brivaracetam, cannabis, cannabidiol, carbamazepine, caspofungine, celiprolol, dabigatran, dapson, deferasirox, digoxine, edoxaban, fenytoïne, fluconazol, fluvastatine, bepaalde HCV-middelen (sofosbuvir, ledipasvir, velpatasvir, voxilaprevir), bepaalde HIV-middelen (HIV-proteaseremmers, cabotegravir, dolutegravir, efavirenz, etravirine, maraviroc, nevirapine, raltegravir, rilpivirine, cobicistat, doravirine), itraconazol, ixazomib, ketoconazol, lamotrigine, leflunomide, letermovir, mexiletine, nortriptyline, olanzapine, pitolisant, posaconazol, (es)omeprazol, ozanimod, relugolix, roflumilast, selexipag, sonidegib, sotorasib, bepaalde SSRI’s (citalopram, escitalopram, sertraline), teriflunomide, theofylline, thyreomimetica, tivozanib, tizanidine, trabectedine, tucatinib, valproïnezuur, vemurafenib, verapamil, VKA’s, voriconazol en vortioxetine.
Rifampicine verlaagt de AUC van regorafenib en vandetanib, en verhoogt de AUC van de actieve metabolieten.

Rifampicine verlaagt de concentratie van: abirateron, alprazolam, anticonceptiva (pil, pleister, vaginale ring, de minipil met desogestrel, het implantaat met etonogestrel), antipsychotica (aripiprazol, broomperidol, cariprazine, clozapine, haloperidol, quetiapine, risperidon, sertindol), apixaban, (fos)aprepitant, atorvastatine, azolen (isavuconazol), bedaquiline, bictegravir, brexpiprazol, buspiron, CDK4- en CDK6-remmers (abemaciclib, palbociclib, ribociclib), cobicistat, bepaalde corticosteroïden (cortison, deflazacort, dexamethason, fludrocortison, hydrocortison, methylprednisolon, prednisolon, prednison), darolutamide, diënogest, disopyramide, doxycycline, duvelisib, ebastine, eravacycline, fentanyl, fesoterodine, finerenon, fostemsavir, guanfacine, bepaalde HCV-middelen (voxilaprevir, elbasvir/grazoprevir, glecaprevir/pibrentasvir), bepaalde HIV-proteaseremmers (atazanavir, darunavir, fosamprenavir), idelalisib, bepaalde immunosuppressiva (ciclosporine, everolimus, sirolimus, tacrolimus, temsirolimus), irinotecan, ivabradine, ivacaftor, ivosidenib, kinidine, lenacapavir, levonorgestrel (als noodanticonceptie), lurasidon, macitentan, maribavir, mefloquine, methadon, midazolam, mifepriston, mirtazapine, netupitant, nirmatrelvir/ritonavir (dit geldt niet voor rifabutine), olaparib, oxycodon, panobinostat, perampanel, rivaroxaban, simvastatine, (de actieve metaboliet van) tamoxifen, ticagrelor, tofacitinib, tolvaptan, topiramaat, tyrosinekinaseremmers, upadacitinib, ulipristal, venetoclax, voclosporine, zolpidem, zonisamide en zopiclon.